Beter voor Dijk en Waard heeft vragen gesteld aan het college over het uitvoeringsplan Weerbare Jeugd, dat onder druk staat door financiële uitdagingen.
Het plan wordt beïnvloed door het aflopen van tijdelijke compensaties vanuit het Rijk in het zogenaamde “ravijnjaar”, wat gevolgen heeft voor de jeugdbescherming en jeugdreclassering, terwijl de zorgvraag toeneemt.
Fractievoorzitter Carmen Bosscher vraagt om duidelijkheid over de risico’s van de inkoopstrategie, vooral met betrekking tot de Open House-systematiek en de waarborging van kwaliteitseisen bij nieuwe zorgaanbieders. Ook zijn er zorgen over de kostendekkendheid van jeugdreclasseringstarieven en maatwerkproducten.
Daarnaast vraagt de partij naar de voordelen van regionale samenwerking, de evaluatie daarvan, en de impact van de landelijke hervormingsagenda voor jeugd. Ook is er aandacht voor de toegankelijkheid van hulp voor jongeren in crisissituaties en de voorbereiding op een mogelijke stijging van de zorgvraag door sociaal-economische veranderingen.
Tenslotte vraagt Beter voor Dijk en Waard naar de effectiviteit van de samenwerking met gecertificeerde instellingen en de lessen uit eerdere contracten (2018-2025).